Medley Bredaose Karrenevalsliedjes van de LP tgv. het 44-jarig bestaan BCV


meej dâânk aon ‘Arry van de Dooke


Carnaval Carnaval

Carnaval, Carnaval, Carnaval voor groot en klein
Carnaval, Carnaval, Carnaval dat moet er zijn
Alles zingt, alles springt, alles danst door elkaar
Want die fijne Carnaval komt maar eens in ’t jaar.
Ziet Pierrot met streken als een lompe Harlekijn en Colombien
Peer den Boer met zijn Katrien.
Ziet Jan Klaassen op z’n houten klompen
Dansend met zijn Trijn.
Ziet hoe ze vrolijk zijn.
Ja, de Carnaval viert men overal
Waar de vrolijkheid hart en zinnen leidt,
Want geen groter vreugd, die ons meer verheugt,
Als men vrolijk vieren zal de Carnaval, de Carnaval


Aan de oever van een snelle vliet
Aan de oever van een snelle vliet
Een wenend meisje zat.
Zij weende een schreide van verdriet
Het gras met traantjes nat.


Tarara Boemdiejee
Tarara Boemdiejee, ik ga met jou niet mee,
Wel met die heilsoldaat, die naar het leger gaat


Een flinke boerenmeid

En een flinke boerenmeid kost maar een daalder,
Maar een daalder, maar een daalder,
Want de beste boerenmeid kost maar een daalder,
Maar een daalder kost een beste boerenmeid.


Pinda, pinda
Pinda, pinda, lekka, lekka
Als je maar vijf centen biedt,
Pinda, pinda, lekka, lekka
Of je ’t lekker vindt of niet.
Loopt die pommel met zijn trommel,
Tot hij uit zijn jasje zwaait
Van je pink, pink, pink, van je pank, pank, pank, Piederiederie,
Shanghai.

’t Is dun van de week
’t Is dun van de week, ’t is dun van de week
’t Is dun van de week bij het zesde
’t Is dun van de week, ’t is dun van de week
’t Is dun van de week bij de zes-
En da meuge de meskes zo gère
En da meuge de meskes zo gère
En de jongens die doen het zo graag Want dan dromen ze ’s nachts in hun bedje Of ’t goed is dat is nog de vraag.


Jan Olieslagers
Jan Olieslagers, Jan Olieslagers, Jan Olieslagers ga gauw dood
Jan Olieslagers, Jan Olieslagers, Jan Olieslagers ga maar dood


Vrouw van Ginneken
Vrouw van Ginneken kocht een kinneke met de vastenavond
Vrouw van Ginneken kocht een kinneke met de Carnaval


Vooruit Mina
Vooruit, vooruit, vooruit Mina, ’t is kermis in Breda, ja, ja
Vooruit, vooruit, vooruit Mina, ’t is kermis in Breda


We slapen vannacht in ’t schuurke
We slapen vannacht in ’t schuurke, in ’t schuurke, in ’t schuurke,
We slapen vannacht in ’t schuurke, in ’t schuurke bij de geit,
Hadiejee, hadiejo


Hedde gij de kleine Ko gezien?
Hedde gij de kleine Ko gezien?
’t Is een manneke van een jaar of tien.
Hij zwaaide met zijn hoedje
Nog even naar zijn moetje
’t is echt wat ik u zeg de
kleine Ko is weg.


Den hond van dokter Bijnen
Den hond van dokter Bijnen
Die pieste in het zand
Het zand begon te roken
En de mensen riepen: “Brand”.
Hadiejee, hadiejo (3 x)
En den hond, hond van dokter Bijnen doet ’t zo


En als ge dood bent
En als ge dood bent groeit er gras op oewen buik,
gras op oewen buik, gras op oewen buik,
En als ge dood bent groeit er gras op oewen buik,
gras op oewen buik.


Breda Breda
Breda, Breda, je bent het Haagje van ’t Zuiden Breda, Breda, laat nu de klok maar luiden.
Ja de autobus, die rijdt weer dag en nacht
De paardentram, die is om zeep, wie had dat ooit gedacht


’t Is Carnaval
’t Is Carnaval, laten wij nu opmarcheren
’s Avonds naar ’t bal, want wij hebben maar een jong leven
’t Is Carnaval, laten wij nu opmarcheren
’s Avonds naar ’t bal, want wij hebben maar een jong leven


Potje met vet
lk heb een potje met vet
Al op de tafel gezet
lk heb een potje, potje, potje, potje vet
Al op de tafel gezet.


Agge maar leut ‘et
En ons moeder heet gezeet agge maar leut ‘et,
agge maar leut ‘et, agge maar leut ‘et,
En ons moeder heet gezeet agge
maar leut ‘et, agge maar leut ‘et
dan kommut voor mekaar.