1936 motto: GEEN

Carnaval 22 – 23 – 24 – 25 februari

Prins: Z.K.H. Amadeiro Ricosto de Carnavallo

  • Pages: Prinses Mej. Marie-Renéé de Vlam

Bijzonderheden:

  • Het stadsbestuur besloot in al hun wijsheid carnaval weer toe te staan.
  • Oprichting in januari 1936 CV de Biemeewes en
    in februari 1936 ” Bredaase Carnavalsoptocht Vereniging ” ( BCV ).
  • Aankomst op 22 februari 1936 Z.K.H. prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo ( Frans Smits ).  Op het station van zijn Abdera (Breda). Er is op het station weinig animo voor de prins en sommige  mensen zijn zelfs een beetje vijandig. De prins gaat snel op weg naar het bal van
    Bonus Eventus  ( goede afloop ) waar veel mensen verkleed aanwezig zijn om wel carnaval te vieren.
  • Breda is voor vier dagen omgedoopt in Abdera. Z.K.H. Prins Ricosto di Carnavallo heeft zijn troon opgeslagen op alle plaatsen waar daar ook maar gelegenheid voor is en zijn volgelingen
    – de Abderieten – bedrijven zich om in alle toonaarden zijne Koninklijke Hoogheid’s lof te bezingen.
  • Op de vraag wanneer carnaval weer gevierd zou worden, antwoordden Bredanaars in het begin van de vorige eeuw: Meej Sinte Juttemis tegelijk meej de n’ond van dokter Bijen. Dus toen de stadbestuurders in 1936 in al hun wijsheid carnaval weer toestonden en de BCV werd opgericht, werd St Juttemis meteen tot schutsheilige van de Bredase Vastenavond verheven. Sindsdien geldt de St Juttemis als hoogste BCV onderscheiding. De St.Juttemis is de schutspatroon van het onbereikbare en nooit verwerfbare, de heilige van ooit. (St. Juttemis is schutspatroon van de feestbroeders).
    Het beeld werd in 2003 geschonken door de gemeente Breda ter gelegenheid van het 66 jaar bestaan. van de BCV. Het staat op de hoek Grote Markt en de Ridderstraat (tijdens carnaval de Prinsenstraat).
  • Z.K.H.Prins Carnaval was in hoogst eigen persoon in Concordia’s zalen gekomen om zich daar door de enthousiaste Bonus Eventici te laten huldigen. Staande voor zijn troon sprak Z.K.H. een rede uit, waaraan wij het volgende ontlenen:
    Geliefde Abderieten, Salut!
    De vele orkesten waren onvermoeidbaar en al konden zij “uitblazen” het was toch een ander soort dan het “uitblazen’ van de uitgelaten menigte, die zo nu en dan wel eens een rustpauze nodig had. Doch als de loopmuziek de zaal door trok kwam iedereen in touw en dan werd Sarie Marijs gejubeld en al die andere vrolijke wijsjes, die nu eenmaal onafscheidelijk aan hossen en springen verbonden zijn.

“T is Carnaval
En laten wij ons amuseren
Alles naar “t bal
En wij hebben maar één jong leven.